TCP-verbindingen controleren¶
Open Apparaten → Instellen → TCP-poorten.
Klik op + TCP-poort.
Voer de TCP-poort in, bijvoorbeeld
22,443of3389.Geef zo nodig een Omschrijving op.
Pas zo nodig de Controleregels aan.
Klik op Alles opslaan.
De controle gebruikt het apparaatadres en bevestigt of een TCP-verbinding kan worden opgebouwd. Er wordt geen volledig aanmeld- of applicatieproces gecontroleerd.
Onder Meerdere poorten tegelijk toevoegen kunt u poorten scheiden met komma’s, spaties of regeleinden, bijvoorbeeld 22, 443, 3389. Poorten toevoegen voegt de regels toe; Alles opslaan past ze toe. Dubbele poortnummers worden bij deze bulktoevoeging overgeslagen. Gehele poortnummers van 1 tot 65.535 zijn toegestaan. Per apparaat zijn maximaal 500 eenvoudige controles mogelijk.
Een ander poortnummer begint een nieuwe meetreeks. Wijzigingen van de naam of controleregels behouden de historie.