TCP-verbindingen controleren

  1. Open Apparaten → Instellen → TCP-poorten.

  2. Klik op + TCP-poort.

  3. Voer de TCP-poort in, bijvoorbeeld 22, 443 of 3389.

  4. Geef zo nodig een Omschrijving op.

  5. Pas zo nodig de Controleregels aan.

  6. Klik op Alles opslaan.

De controle gebruikt het apparaatadres en bevestigt of een TCP-verbinding kan worden opgebouwd. Er wordt geen volledig aanmeld- of applicatieproces gecontroleerd.

Onder Meerdere poorten tegelijk toevoegen kunt u poorten scheiden met komma’s, spaties of regeleinden, bijvoorbeeld 22, 443, 3389. Poorten toevoegen voegt de regels toe; Alles opslaan past ze toe. Dubbele poortnummers worden bij deze bulktoevoeging overgeslagen. Gehele poortnummers van 1 tot 65.535 zijn toegestaan. Per apparaat zijn maximaal 500 eenvoudige controles mogelijk.

Een ander poortnummer begint een nieuwe meetreeks. Wijzigingen van de naam of controleregels behouden de historie.