Websites en webinterfaces controleren

  1. Open Apparaten → Instellen → Webadressen.

  2. Klik op + Webadres.

  3. Voer onder Webadres (URL) een volledig adres in, bijvoorbeeld https://webserver.example/.

  4. Geef zo nodig een Omschrijving op. Zonder eigen naam wordt een naam uit het adres afgeleid.

  5. Open Controleregels en stel de Verwachte HTTP-codes in.

  6. Laat HTTPS-certificaat → Controleren geselecteerd wanneer het certificaat door de monitoringserver moet worden gecontroleerd.

  7. Controleer Interval (s), Time-out (s) en Foutdrempel.

  8. Klik op Alles opslaan.

De standaardwaarde 200-299 accepteert geslaagde HTTP-antwoorden. Afzonderlijke codes en bereiken kunnen met komma’s worden gecombineerd, bijvoorbeeld 200,301,302. Een omleiding wordt als antwoord beoordeeld en wordt bij deze eenvoudige webcontrole niet gevolgd. De URL mag geen ingebedde toegangsgegevens of een #-fragment bevatten.

Niet verifiëren (zelfondertekend) schakelt de controle van het HTTPS-certificaat uit. De verbinding blijft versleuteld, maar de identiteit van de server wordt daarbij niet bevestigd. Gebruik Webscenario voor meerdere stappen, aanmelding of inhoudscontrole.

Onder Meerdere webadressen tegelijk toevoegen kunt u meerdere URL’s invoeren met één volledige URL per regel en deze via Adressen toevoegen toevoegen. Identieke adressen die al bestaan, worden daarbij niet opnieuw aangemaakt. Vervolgens moet u Alles opslaan kiezen. Elk webadres heeft een eigen status en historie.

Een gewijzigde URL begint een nieuwe meetreeks. Wijzigingen van de naam of controleregels behouden de historie.